Overdenking april 2017

19 En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, ​brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is Mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20 Zo nam Hij na de ​maaltijd​ ook de ​beker, en zei: ‘Deze ​beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe ​verbond​ dat door Mijn ​bloed​ gesloten wordt.’

Lucas 22: 19-20

Wat mij altijd weer verwonderd is dat Jezus met Zijn leerlingen het laatste Avondmaal viert vóórdat Hij zijn kruisweg gaat. Hij wíst dat dat moment komen zou waarop Hij uitgeleverd zou worden. Hij wíst dat zijn vrienden, met wie Hij het laatste Avondmaal viert, Hem in de steek zouden laten en dat Simon Petrus Hem zou verloochenen. Dat Hij moest sterven aan het kruis. Alleen. Je zou je af kunnen vragen: als Jezus dat allemaal wist, waarom zou Hij voor zulke vrienden Zijn leven geven? Waarom? Dat kan alleen maar als de liefde die Jezus voelt voor Zijn leerlingen, voorbij gaat aan hun tekortkoming. Zijn liefde is volmaakt. Jezus volhardt, omwille van diezelfde vrienden. En dat roept grote verwondering op. Met hen deelt Hij voor het lijden; Zijn leven, Zijn lichaam en Zijn bloed. En die leerlingen zijn ook wij…

Ook aan ons wordt die beker aangeboden, ook met ons wordt dat brood gedeeld. Straks op Goede Vrijdag. En daar past een diep besef van dankbaarheid bij. Een diep besef van dankbaarheid, omdat ook aan ons, uit liefde en in genade, nochtans de genade aangereikt wordt. Niet voor niets spreken we tijdens het Avondmaal van de beker der dankzegging. Het Avondmaal draagt die betekenis ook in zich; het betekent gemeenschap met onze Heer Jezus Christus, en dat kan alleen in grote dankbaarheid.

De liefde die God nochtans voelt voor mensen is zo allesbepalend dat Jezus Christus onze zonden op Zich nam. De geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel zegt dat als volgt: “Die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemelen.” Zijn neder buiging is onze verheffing. Maarten Luther spreekt in dit verband van ‘der fröhliche Wechsel’, daarmee bedoelt hij dat het God zelf is die de onrechtvaardigheid, het tekort van mensen wegneemt door ons in Jezus Christus de rechtvaardiging te schenken. Genade betekent niet voor niets: gave. Zijn sterven aan het kruis is een en al genade. Zijn ‘in onze plaats treden’ – de wissel zoals Luther dat noemt – is ons geluk en onze bevrijding.

En dat vraagt van onszelf ook een nieuwe levenswandel, telkens weer, iedere dag opnieuw. Omdat in de gedachtenis en in de gemeenschap met Hem diepe genegenheid voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest mag groeien. Omdat in ons geloof Zijn verzoening en vergeving in diepe dankbaarheid en ook in grote vreugde centraal mag staan. En omdat in de gemeenschap diepe genegenheid mag groeien voor elkaar. Op die wijze vormt het Avondmaal ook de voorafspiegeling van hoe het in het Koninkrijk van God eraan toe zal gaan: een delende gemeenschap waartoe de Heer ons uitnodigt om aan deel te nemen. Delen met elkaar, zoals Christus Zichzelf voor ons gedeeld heeft. Aan dat laatste herinnert de Goede week – en in het bijzonder Goede Vrijdag – ons elk jaar opnieuw. Herinneren? Nee, meer dan dat. Want dat verlossingswerk dat onze Heer Jezus Christus eens volbracht aan het kruis, wordt ook vandaag de dag nog gedaan. Ook nu nog spreekt Christus tot u, tot jou en tot mij: “Het is volbracht.”

Ds. Bram Verduijn

 

 Alles wat over ons geschreven is,
gaat Gij volbrengen deze laatste dagen,
alle geboden worden thans voldragen,|
alle beproeving van de wildernis.

Jezus, de haard van uw aanwezigheid,
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.
Gij gaat vooraan, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij Hogepriester in der eeuwigheid.

Dit is uw opgang naar Jeruzalem,
waar Gij uw vrede stelt voor onze ogen,
vrede aan allen die uw naam verhogen:
heden hosanna, morgen kruisigt Hem.

(NLB 556)