Overdenking december 2016

“En ineens was er bij de engel een hele menigte andere engelen uit de hemel, die allemaal God loofden: ‘Eer aan God in de hoge hemel en vrede op aarde voor de mensen die hem lief zijn!’” (Lucas 2: 13-14) 

Toen ik 17 november jongstleden bezig was met de voorbereidingen voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar, zette ik een prachtig lied op. “O Magnum Mysterium”  Dat betekent: “O groot mysterie.” Het is een muziekstuk van de Noorse componist Morten Lauridsen en is werkelijk prachtig uitgevoerd door het jongenskoor van Kings college.

Soms kan muziek je helpen om terug te komen bij jezelf. Terug bij God ook. Muziek, of het nu psalmen zijn, gezangen of iets anders, kan mensen helpen de schoonheid van het geloof en ook de schoonheid van een medemens weer diep in hun hart te ervaren. Ontroerd door de muziek spreekt het mysterie van de Heer onze God opnieuw tot u / jou. Niet voor niets zei de reformator Maarten Luther over muziek: “Muziek spreekt het gevoel aan, niet het intellect, maar geeft zo beide daarbovenuit de mogelijkheid tot een belevenis die het hart verheft.” Herbronning, zo zou je het ook kunnen noemen als een lied je aangrijpt.

Wij mensen kunnen ook in de kerkdienst erg gegrepen worden door liederen. Soms krijg je er een brok van in je keel, omdat het herinnert aan een dierbare, omdat het gezongen is tijdens een uitvaart, of omdat het gezongen is bij een vreugdevolle gebeurtenis, een trouwerij of doop. Door het lied komen dan herinneringen boven. Herinneringen aan tijden die geweest zijn. Ik dacht tijdens het luisteren naar “O Magnum Mysterium” aan al die mensen die ons voorgegaan zijn, die wij niet meer in ons midden hebben, zowel in de gemeenschap als in persoonlijke kring en dan niet alleen dit jaar maar ook in voorgaande jaren. Het leven vliegt voorbij is dan het gevoel.

De Heer ziet dat, is bij ons als we het moeilijk hebben, wil vrede en rust bieden. Alle stemmen, gebroken en verslagen stemmen ook, mogen stil worden en vrede vinden voor het aangezicht van de Allerhoogste.

We zijn nu in een periode beland van verwachting. De Advents-periode is aangebroken. Juist nu de dagen kort zijn, de bomen kaal en het weer soms grillig, mogen wij uitspreken dat het Jezus Christus is, die wij verwachten. Dat Hij het is, die ons doet vervullen met ver-wondering, ontroering en goedheid.  Daarom is Kerst zo prachtig.

Omdat in een kindje in de kribbe, ons de onschuld wordt terug gegeven. Dat we echt, tot in onze vezels mogen weten en geloven, dat God op ons mensen betrokken is: God heeft in mensen een welbehagen. Zo zeer een behagen, dat je het misschien maar heel soms even in je hart begrijpt. Misschien komt dat wel door het horen of zingen van een lied. God komt tot ons, en door Christus mogen we ook echt belijden, zingen en in ons hart voelen: Immanuel: God met ons. 

In dat wonder van de menswording Gods wordt ons de oproep gedaan: “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijn.” Laten we onszelf overgeven aan die Heer, aan die schoonheid, aan die liefde, laten wij ons overgeven, in ons geluk, in ons verdriet, aan die Heer, die zich in de kribbe wil geven aan ons allemaal. Straks met Kerst, maar ook in het nieuwe jaar.  Komt, laten wij aanbidden die grote Koning!

Ds. Bram Verduijn

Het licht van de Vader,
licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in ’t vlees:
goddelijk kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden die Koning.

O kind, ons geboren,
liggend in de kribbe,
neem onze liefd’ in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.               (NLB 477)