Overdenking februari 2017

“Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam, de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.”

Psalm 73: 26 

Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft.

Psalm 121: 1 en 2

Afhankelijk zijn. Iedereen is het eigenlijk, en toch hebben velen er moeite mee. Dat heeft te maken met het feit dat wij in onze samenleving, in onze maatschappij, precies de onafhankelijkheid voorop hebben gesteld. In de opvoeding word je al geleerd om onafhankelijk te worden, en tijdens je volwassen leven is onafhankelijkheid een groot goed. Zelf zorgen voor brood op de plank, zelf verdienen om een mooi huis op te knappen, onafhankelijk zijn van ouders, of van kinderen. Het liefst is iedereen zo lang mogelijk onafhankelijk. Dat geldt voor mijzelf net zo goed.

En is het ook niet datgene wat we dagelijks te horen krijgen via media en politiek? Het beeld van een goed mens dat ons voorgehouden wordt is vooral diegene die onafhankelijk en succesvol is. En ook in de wereldpolitiek klinkt constant de hang naar onafhankelijkheid. Onafhankelijk van andere landen, van allerlei handelsverdragen. We kunnen ook denken aan bedrijven die samengaan, om juist minder afhankelijk te zijn van de individuele klanten. Is dat vreemd? Nee, maar of het ook altijd goed is, dat is nog maar de vraag.

Het hoeft ons in ieder geval niet te verbazen dat velen van ons moeite hebben met afhankelijk zijn. Dat is in Bijbelse tijden al geen vreemd fenomeen, denk maar aan de wees en de weduwe, die ook onderaan de sociale ladder stonden. En dat terwijl directe afhankelijkheid je zomaar kan overkomen. Als je ziek bent, en je hebt de hulp nodig van anderen, van medici, van je partner ook, van je vrienden. Als je iemand verliest. Als je oud wordt en voor jezelf zorgen moeilijker wordt. Of eenvoudig weg afhankelijk zijn van hulp en zorg van anderen omdat je het leven zelf maar moeilijk aan kunt. Als mensen weer afhankelijk worden dan hebben ze daar niet zelden grote moeite mee. En dat is meer dan begrijpelijk.

Het probleem is dan ook niet zozeer dat onafhankelijk iets slechts is. De mens zal eens zijn vader en moeder verlaten, dat zegt de bijbel al, de wens onafhankelijk te zijn hoort bij de mens. Maar het probleem is misschien eerder dat we aan onafhankelijkheid een enorme en absolute waarde toe zijn gaan kennen. Want is de keerzijde niet vaak dat diegenen die dus wel afhankelijk zijn, ook vaak als mens een lager aanzien hebben? En dat kan bijbels gezien nooit de bedoeling zijn. Want als gelovigen weten we ons nu juist in de eerste plaats afhankelijk van God de Heer. Is dat dan moeilijk? Nee helemaal niet, want als je jezelf afhankelijk durft te weten van God de Heer, dan betekent dat ook de bevrijding van  het ‘alles zelf voor elkaar moeten krijgen’. Jezelf durven geven aan die Heer betekent overgave en ontvankelijkheid. Geborgenheid, troost in moeilijke tijden, draagkracht omdat je je gedragen mag weten.

Niet voor niets roept de psalmist uit: Vanwaar komt mijn hulp? Het antwoord is: van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Niet de psalmist is onafhankelijk, maar God de Heer. En de psalmist haalt er precies de troost, de kracht en de bevrijding uit, dat Hij zich afhankelijk durft te weten tegenover Hem. In de kracht van ons leven zijn we afhankelijk van de Heer, die ons leven geeft. In onze jeugd zijn we afhankelijk van Hem, en op onze oude dag zijn we afhankelijk van Hem.

Is dat een zwaktebod? Nee, want precies dat mag onze kracht en ons geluk zijn. En zo moeten ook wij naar allen om ons heen kijken die afhankelijk zijn van zorg van naasten. Want zij spiegelen ons onze eigen afhankelijkheid van God de Heer. 

Ds. Bram Verduijn 

God is mijn troost en toeverlaat, 
Hij is mijn hoop, mijn leven.
Al wat Hij wil, hoe het ook gaat,
ik zal het niet weerstreven.
Die mij altijd vertroost en leidt,
die elke haar geteld heeft.
Die van nabij, zolang reeds mij
in liefde vergezeld heeft.                                 (NLB 899)