Overdenking februari 2018

“Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield Uw trouw mij staande, HEER.
Toen ik door zorgen werd overstelpt,
was Uw troost de vreugde van mijn ziel.”
Psalm 94: 18 en 19

In mijn nood heb ik geroepen: ‘HEER!’
En de HEER antwoordde, Hij gaf mij ruimte.
Psalm 118: 5

Als je soms ziet dat iemand met intens verdriet moet leven dan is dat pijnlijk om te zien. Dat laat je als mens niet onberoerd. En niet zelden wil je als je iemand met groot verdriet ziet hem of haar troosten. Je zou zo graag iemand willen helpen, iets kunnen doen. Al is het maar iets kleins. Maar vaak kun je niets doen, en dan kun je je heel machteloos voelen. Want je hulp, hoe goed bedoeld ook, zal niet helpen, het zal de zorgen niet weg nemen, het zal het intense verdriet, het gemis niet weg nemen als iemand een dierbare moet missen. Eigenlijk sta je machteloos tegen het verdriet dat die ander heeft. Wat moet je ‘doen’? En vaak vinden mensen het moeilijk om ernaar te vragen bij die ander. Je wilt de ander niet belasten, je wilt het verdriet niet aanroeren en de ander overstuur maken, en je weet niet meer wat je dan nog kunt ‘doen’ om te troosten.

De herkomst van het woord troost ligt in trouw en vertrouwen. In het Engels is deze connectie duidelijk zichtbaar: ‘troosten’ en ‘to trust’. Trust betekent vertrouwen. Troosten houdt in de oorspronkelijke zin van het woord dan ook in dat de troostende iemand is aan wie de ander zijn of haar zorgen, zijn of haar verdriet en tranen toe kan vertrouwen en tonen. Want verdriet tonen en zorgen uiten maken kwetsbaar, en daar is vertrouwen voor nodig. Ook na geruime tijd van verdriet en gemis is deze troost vaak nog van groot belang.

Het punt met troosten is eigenlijk dat het voor diegene die troost biedt een passieve aangelegenheid is. Wie troost biedt, lost niet op en kan niet wegnemen verdriet of zorgen. Maar wie troost biedt geeft de ander in vertrouwen ruimte voor zijn of haar verdriet. Wie troost biedt, deelt in de machteloosheid die de ander ervaart. Wie troost biedt aan de ander, ‘doet’ in het troost bieden dus eigenlijk niks anders dan nabij zijn. Echte trouw, echte liefde toont zich het meest nog op de moeilijkste momenten van het leven.

Onze Vader in de hemel, onze Heer wil ook onze Trooster zijn, onze tranen drogen. Als wij met groot verdriet leven, dan neemt Hij dat verdriet niet weg, maar biedt ruimte aan u, aan jou en aan mij, om dat op welk moment ook maar, bij Hem te brengen. Want als er iemand echt trouw blijft en echt troost biedt, dan wel onze hemelse Vader. En zijn trouw zal ook eens echt alle tranen drogen. Hij ziet het als u, als jij wankelt onder de zorgen die u of jij hebt. Zijn trouw en troost mogen ons mensen ook dragen en overeind houden.

Op het moment dat je in je leven verdriet hebt, dan kun je er op vertrouwen dat God met je is en je ruimte geeft om je verdriet met Hem te delen. Denk maar aan psalm 118: In mijn nood heb ik geroepen: ‘HEER!’ En de HEER antwoordde, Hij gaf mij ruimte.” In die ruimte die de Heer biedt kun je alles in vertrouwen bij Hem brengen. Daarmee worden problemen heus niet opgelost of verdriet weggenomen. Maar het wordt in de ruimte die er is in vertrouwen gedeeld. Troosten is dus niet zozeer iets doen, maar eerder iets geven; namelijk trouw en ruimte. Troosten is een stapje terug doen voor de ander. Want oplossen of verdriet wegnemen kunnen we vaak niet, maar; er zijn voor de ander, dat wel. Dat leren we van onze eigen Heer Jezus Christus, wiens leven, sterven en opstanding ons in alles wijst op Gods trouw en liefde voor ons mensen.

Ds. Bram Verduijn

Ik bouw op U
mijn schild en mijn verlosser
niet eenzaam ga ik op de vijand aan
Sterk in Uw kracht gerust in uw bescherming
ik bouw op U en ga in uwe naam.
Sterk in Uw kracht gerust in uw bescherming
ik bouw op U en ga in uwe naam.
(Liedbundel 71: 1)