Overdenking Juli / Augustus 2017

“Ik heb U lief, HEER, mijn sterkte, 
HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.” 

Psalm 18: 2:3 

Bovenstaande woorden sprak David tot God nadat hij maar nipt was ontkomen aan de handen van zijn vijanden. Het zijn woorden waaruit dankbaarheid en vertrouwen spreken. Het zijn ook woorden waarin David de Heer als zijn Heer en God belijdt. Zeven keer – het getal van de volheid – spreekt David over God als ‘mijn’ God. Davids geloof is een persoonlijk geloof. Hij weet zich afhankelijk van God èn weet dat God met hem begaan is, om hem geeft. Hij weet dat hij God de almachtige Heer, ‘mijn God’ mag noemen. Davids geloof in God betekende een levende relatie tussen hem en God. In een relatie gaat het altijd om personen die zich tot elkaar verhouden. En dat is nu juist de ervaring die David heeft; God verhoudt zich tot hem! Of met andere woorden, is met hem begaan! En ook wij mogen dat geloven. Het mag onze kracht zijn.

God durft zich aan mensen te geven. Dat belijden we ten diepste in Christus en Zijn kruis. Zo mogen ook wij ons, net als David aan God (en Christus) geven en openlijk belijden: “Mijn Heer, mijn Bevrijder.” Daarin mag ook ons vertrouwen klinken dat God met ons, met u, met jou en mij begaan is. Zingen wij in ons volkslied niet ook: “Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer.” Wat een rijkdom, is het eigenlijk dat wij als mensen mogen vertrouwen op God de Heer en tot Hem mogen zeggen: “Mijn God”. David noemt God telkens bij andere namen, hij gebruikt beeldspraak: God is natuurlijk niet letterlijk een rots of vesting.
Maar iedereen voelt wel precies wat David hier bedoeld: God ìs zijn steun en toeverlaat. De machtige en sterke Heer wil voor David zorgen. En dat wil Hij ook voor u, voor jou. Dat is de belofte van het geloof.

En heel vaak kunnen mensen op de momenten dat het leven heel erg moeilijk is ook in hun hart voelen, dat het God de Heer is, die hen wil dragen. “Mijn God.” In de stormen van het leven kan God daadwerkelijk een schild zijn, een burcht, een ‘vaste rots van mijn behoud’. In de gemeente hoor ik het meermaals, en dat ontroert me ook: Mensen die vertellen dat ze kracht hebben gekregen om het in zeer moeilijke tijden uit te houden, die God beleven als een rots, als een schild. Dan begrijp je dat die woorden waar en doorleeft zijn, dat ze betrouwbaar zijn. Zowel in moeilijke tijden, als ook op de tijden dat alles goed gaat mag ons geloof zijn: “Mijn God”. Dus ook als we dankbaar zijn, voor al het goede dat we uit Gods hand ontvangen, als we gelukkig zijn, door het geluk dat God ons schenkt. Ik denk dan zelf aan de geboorte van onze dochter Wende.

Zo mogen wij allen in ons leven vanuit het vertrouwen ons leven opbouwen wetende dat het God is die doorheen uw en jouw hele bestaan altijd dezelfde is gebleven: een machtige rots, een vesting en een bevrijder. David beseft dat ook, op het moment dat hij maar net is ontkomen aan de handen van zijn belagers. En in de vrijheid die hij behouden heeft, in de rust na de storm vergeet hij niet dat God hem bevrijdt heeft. De God die hem bevrijdt, die zijn kracht is, die Heer ís, zíjn Heer, en die God wil ook uw God zijn, opdat ook u, jij mag belijden: Mijn God, mijn Schild, mijn Sterkte en mijn Bevrijder.

Wens ik ons allen in onze periode van rust en vakantie dat gelovig besef van David toe: vertrouwen en liefde tot God de Heer, rust in Hem en Zijn rijke zegen tot in eeuwigheid!

Ds. Bram Verduijn

Machtig God, sterke Rots,
U alleen bent waardig.
Aard’ en hemel prijzen U,
glorie voor Uw naam.
Lam van God, hoogste Heer,
heilig en rechtvaardig,
stralend Licht, Morgenster,
niemand is als U.
Prijst de Vader, prijst de Zoon.
Prijst de Geest, die in ons woont.
Prijst de Koning der heerlijkheid.
Prijst Hem tot in eeuwigheid.                        (Liedbundel)