Overdenking mei 2017

‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geest-verschijning te zien. Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf!’

Lucas 24: 36-39

De Ichtusvis is een christelijk symbool. Vroeger hadden wij er een op de auto, en vandaag zijn er ook nog genoeg auto’s met een Ichtusvis. Er zijn ook vele kerkelijke gemeenten en christelijke scholen die de naam Ichtus dragen. De vis is het symbool geworden van het christelijk geloof. Waarom eigenlijk? Dat heeft alles met Pasen te maken, met de opstanding van Jezus Christus.

Op tweede paasdag lazen we het verhaal van Jezus en de Emmaüsgangers. Aan hen legt Hij uit dat de Messias moest lijden volgens de Schriften om het verlossingswerk te voltooien. En naarmate de tijd vordert en Hij met de Emmaüsgangers optrekt, en uiteindelijk ook de maaltijd deelt, vallen hen de schellen van de ogen. Op het moment dat ze Jezus herkennen is Hij ook weg voor hun aangezicht. De nieuwe werkelijkheid van Gods koninkrijk die in Jezus Christus onherroepelijk is aangebroken, is er eentje die er nu al is, en toch ook nog als een kostbaar geheim verborgen ligt. Als Jezus zich aan hun zicht onttrekt, dan is reeds dat kostbare geheim van Gods verborgen nabijheid, van Zijn feitelijke opstanding in hun hart geplant. Verborgen in het hart van de Emmaüsgangers, en ook verborgen in ons hart. Zij geloven en pas dán zien ze Jezus echt en worden ze in beweging gezet. Ook wij geloven, worden in beweging gezet en zullen zien. Dat is Gods belofte.

Na de verschijning aan de Emmaüsgangers verschijnt Jezus aan de leerlingen die door alle consternatie en opwinding van de verhalen over Zijn verschijningen weer bij elkaar zijn gekomen.

Waar na Jezus dood de gemeenschap uiteen viel, komt na Zijn opstanding de gemeenschap weer samen en kan pas dan vruchtbaar groeien. En als Hij dan in hun midden staat, openbaart Hij zichzelf direct: “Kijk naar Mijn handen en voeten, Ik ben het zelf!” De tekenen van het lijden, de tekenen van het kruis worden hier als tekenen gebruikt voor Zijn opstanding en het komende koninkrijk: de pijn en het lijden van Jezus hebben niet de belofte van Gods toekomst gebroken. Integendeel zelfs, het behoort tot het heilsplan van God. De Messias móest lijden, en de Messias zál opstaan. God werkt in Christus onverminderd door aan Zijn toekomst.

De hardheid van de wereld heeft ook bij onze Heer Jezus tekenen achtergelaten, maar het heeft nooit het godswerk doorbroken. In Zijn lijden hebben wij Zijn compassie en vergeving ervaren. En in Zijn opstanding mogen we ons geborgen weten. Dat is het grote geheim van Pasen. Op alle angstige momenten in het leven die Jezus ook zelf gekend heeft, en ook op alle mooie momenten van het leven; we mogen ons geborgen weten door de opgestane Heer. En als Jezus dan bij die leerlingen zit, dan eet Hij een stuk vis. En met dat eten van die vis onderstreept de evangelist Lucas nog eens letterlijk dat Hij wel degelijk lichamelijk is opgestaan. Hij is geen geestverschijning zoals de leerlingen eerst denken.

De eerste letters van het woord vis zijn in het Grieks Ichtus. En in dit woordje ligt een afkorting besloten die door Jezus latere volgelingen als herkenningsteken werd gebruikt voor het geloof in de opgestane Christus: Iesous Christos Theou Huios Sooter. Dat betekent: Jezus Christus, Zoon van God, Bevrijder. Ook tegen ons zegt Hij: ‘Wees niet bang, twijfel niet, Ik ben het zelf.’ Kruis en opstanding betekenen onze bevrijding. Dat is een geheim dat uiteindelijk niet verborgen kán blijven. Dat geheim van goddelijke nabijheid en bevrijding, is in Christus opstanding voorgoed geopenbaard.

Ds. Bram Verduijn

            Uw stem, Heer hebben wij gehoord,
            het wonder van Uw heilig Woord,
            van Jezus die Uw beeltenis
            en die het hart der schriften is.

            Zegen ons met verwondering,
            dat Hij het is, de vreemdeling,
            die met ons door de eeuwen ging –
            blijf bij ons met uw zegening

            Heilige Geest, ontsteek het vuur,
            de liefde van het eerste uur,
            maak Uw genade in ons groot,
            en vreugde, sterker dan de dood.                                             

            (NLB 722)