Overdenking mei 2018

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Hij zei: ‘Weid Mijn lammeren.’ Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ en voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?’ Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Weid Mijn schapen.’
Johannes 21: 15-18

De kracht zit in de herhaling. Als iemand graag zeker wil weten of iets waar is, of klopt, dan vraag je vaak om bevestiging. “Klopt het wat je zegt?” of: “Herhaal dat nog eens?” Ook in relaties kan men de onderlinge band door een vraag bevestigen. “Hou je van me?” “Ja.” Écht waar?” “Ja écht waar.” Jezus stelt die vraag ook aan Petrus. “Heb jij mij lief?” Niet een of twee keer, maar wel drie maal stelt Jezus deze vraag aan Petrus. En dat is niet zomaar. Want tot driemaal toe heeft Petrus ontkent een leerling van Jezus te zijn toen Jezus reeds was opgepakt. “Nee die man ken ik niet.” Niet één keer, maar drie keer, dan kraait de haan. Zijn driedubbele ontkenning onderstreept heel dik hoe Petrus Jezus in de steek heeft gelaten. Petrus was zwak.

Aan die Petrus wordt nu de vraag gesteld: “Heb je mij lief?” Dat is dus, zeker ook gezien Petrus achtergrond alles behalve een gemakkelijke vraag. Ik kan me zo voorstellen dat Petrus het die eerste keer al ronduit pijnlijk vond. Door de vraag meerdere keren te stellen, wordt Petrus in zijn zwakte en in zijn ‘in de steek laten’ ook echt aangezien voor wat hij waard is. En dat doet zeer. “Petrus werd verdrietig.” Want de vraag die hij tot drie maal toe gesteld krijgt door Jezus is er niet zomaar een, het is een vraag die weet heeft van Petrus zijn verraad. Petrus zegt ook: “Heer, U weet alles.” Én tóch, Jezus wil met hem verder: “Weid Mijn lammeren.” Dat betekent zoveel als; Ik vertrouw jou, ondanks dat, tóch de zorg toe voor mijn mensen. Zorg voor de mensen voor wie ik mijn leven geef.

Maar één keer is dus niet genoeg. Zo komt Petrus er niet vanaf. Jezus neemt hem ook mét zijn fouten echt serieus. ‘Nog eens vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?”’ Petrus voelt al wel dat zijn meester en vriend deze keer aan houdt, nog harder op de deur van zijn ziel klopt. “Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.” Jezus zei: “Hoed Mijn schapen.” Jezus maakt schoon schip met Petrus. Hij wil niet alleen weten of Petrus wel echt van Hem houdt, maar Petrus ook de kans geven dat ook echt weer te durven doen. Je kunt je door dit verhaal ook zelf heel kwetsbaar en verdrietig voelen; Ja Heer, U kunt me vertrouwen, maar eigenlijk weet ik het niet, ik doe wel goede dingen, maar maak ook fouten. En dan toch zegt onze Heer: “Hoed Mijn schapen!” Hou van mijn mensen!

De derde keer breekt Petrus als Jezus hem vraagt: “Petrus, hou je van Me?” Niets is er meer waar Petrus zich achter kan verschuilen, De muren zijn geslecht. Petrus staat kwetsbaar voor de Heer, kan niet meer anders en wordt erg verdrietig en huilt: “Ja Heer, ik hou van U.” “Hoed dan Mijn schapen!” Op het moment waarop Petrus zich echt, maar dan ook echt, ten diepste gezien en gekend mag weten, met al zijn fouten, zegt de Heer tegen hem: “Hoed dan mijn schapen.” … En dat geldt ook ons: Al zijn onze muren nog zo hoog gebouwd, ook aan ieder van ons afzonderlijk worden die vragen gesteld. En ook wij krijgen een opdracht. Houden we van Jezus, dan mogen we ons vergeven weten én tegelijk geroepen weten: “Weid mijn lammeren.” “Hoed mijn schapen.” “Weid mijn schapen.”

Ds. Bram Verduijn

Komt laat ons deze dag
met heilig vuur bezingen
en met vernieuwde vreugd,
want God deed grote dingen.
Eens gaf de Heilge Geest
aan velen heldenmoed.
Bidt dat Hij ons vandaag
verlicht met Pinkstergloed.
(NLB 672)