Overdenking november 2016

“Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’ De Heer zei: ‘Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.”

Lucas 17: 5, 6

Als je die vraag van de apostelen aan Jezus zo op het eerst hoort dan is het in eerste instantie geen gekke vraag. “Geef ons meer geloof!” Zou het niet handig zijn om meer geloof te hebben? Vaster te geloven in God, zeker te weten? Is dat in deze tijd van ontkerkelijking niet de enige juiste vraag aan de Heer? Zou het niet goed zijn om juist nu meer te hebben van geloof? “Heer geef ons meer?”

Maar hoe moeilijk blijkt geloven dan te zijn als je de woorden van Jezus zo leest. Want al was het maar zo klein als een mosterdzaadje, dan zou je dus al tegen een moerbeiboom kunnen zeggen dat die zichzelf in zee moet planten. Absurd lijkt dat voorbeeld en misschien is het ook wel zo bedoeld. Het gaat in Jezus antwoord niet om het feit dat een klein geloof dat letterlijk moet bewerkstelligen, het gaat in zijn antwoord om – toch – het verkeerde in de vraag van de apostelen.

Want de veronderstelling van de apostelen lijkt te zijn dat ze wel menen een bepaalde hoeveelheid geloof te hebben. Alsof geloof in maten wordt gemeten. Geef ons meer geloof doet namelijk ook de vraag rijzen, is er dan een geloof in God en Jezus dat minder is. En ook: geloven andere mensen dan minder en is dat dan ook minder goed. Daarom is de vraag naar meer geloof een onjuiste. Het gaat dan ook helemaal niet om die moerbeiboom, maar om het onjuiste van de kwalificatie ‘meer geloof’. De vraag moet worden: leer ons meer op U te vertrouwen, als U ons op weg stuurt. Geen meer of minder dus in de zin van beter of minder goed. Aan een klein beetje, al is het maar een spreekwoordelijk mosterdzaadje in je hart, heb je al genoeg en daarmee moet je het soms doen.

Iemand die ook naar ‘meer’ zocht was de reformator Maarten Luther. 31 oktober jongstleden was het 500 jaar geleden dat de reformatie begon. Niet met een officieel startschot, zo is het door hem ook nooit bedoeld geweest, maar eigenlijk eenvoudigweg met een gelovig inzicht. In zijn zoektocht naar God de Heer, in zijn pogen om aan de hoge eisen van het geloof te voldoen vond Luther precies niet wat hij zocht: verlossing. Hij wilde steeds ‘meer’ doen om vrede te vinden met God. Terwijl precies het ‘meer doen’ hem dus niet bracht bij God en Zijn genade. Luther moest nog ontdekken dat hij gerecht­vaardigd is voor God omwille van Jezus Christus, en niet omwille van al dat eigen pogen. Dat diepe besef dat bij Luther in zijn aanvechting doorbrak was in zijn eigen geloofsleven de ommekeer geweest.

Geloven gaat niet om beter of slechter, het gaat niet om meer of minder, het gaat niet om meewerken en zo je eigen heil bewerkstelligen, maar geloven zelf is een gave van God die zich niet laat meten. De een krijgt er veel van, en de ander ervaart het misschien minder intens. Maar dat maakt het ene nooit minder dan het andere. Dat maakt het voorbeeld van Jezus wel duidelijk, het gaat erom dat het geloof aan ons gegeven wordt en dat dat op zichzelf genoeg is, meer is niet nodig. Opdat we in vertrouwen daaruit mogen leven.

De apostelen staan voor de opdracht het evangelie de wereld in te brengen, zo ook staan wij voor de opdracht het evangelie bekend te maken. En daar kunnen we tegen opzien. Zeker ook als je zelf vragen hebt en het moeilijk kunt vinden in God te geloven, Hem te ervaren. Maar als we samen op weg gaan in het geloof dat Jezus met ons meegaat, dan mogen we ook elkaar dragen op de momenten dat het geloven moeilijk is. God geeft aan ieder wat die nodig heeft. Wij hoeven niet te vragen naar ‘meer geloof’, maar om groeiend vertrouwen. Vertrouwen dat de Heer ons leidt, vertrouwen dat de Heer vergeeft, en dat de Heer in u, in jou en in mij nog altijd het kroonjuweel van zijn Schepping ziet.

Ds. Bram Verduijn