Overdenking november 2018

“Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met
een koopman die op zoek was naar mooie parels.
Toen hij een uitzonderlijke waardevolle parel vond,
besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.”

Mattheus 13: 45 en 46

Een goede vriend van me die nogal kritisch is op kerk en geloof zei onlangs tegen mij: “De kerk spreekt toch niet meer de taal van de wereld.” “Dat klopt” zei ik tegen hem “… en dat is ook niet de bedoeling, de kerk moet namelijk de taal van het koninkrijk spreken.” Mijn vriend keek me verwonderd aan. “Wat bedoel je nu weer?” En ik besef me dat de woorden die ik gebruik niet meer de woorden zijn die hij nog kent; ‘taal van het koninkrijk’.

Kerkelijke taal – vroeger noemden ze het bij mij thuis de ‘tale Kanaäns’ – lijkt steeds moeilijker aan te sluiten bij de taal van de wereld. Ze lijken van elkaar te vervreemden. En dat is jammer. Omdat juist de taal van vergeving en genade, van Gods liefde en rechtvaardigheid in een wereld vol van tegenstrijdigheid en woede nooit mag zwijgen. Dat betekent dat er woorden gevonden moeten worden om ons geloof ook in de wereld te laten spreken, zonder dat ze ermee samenvalt. Naar die woorden zoeken, dat doen we eigenlijk ons hele gelovige leven. Voor onszelf maar ook voor al die mensen om ons heen. In beide gevallen kan het het beste zijn om bescheiden en eenvoudige woorden te spreken. 

Dat is wat Jezus ook kan. Hij spreekt de taal van de synagoge, maar ook de taal van ‘de straat’.  Jezus was een mens onder de mensen en daar verkondigde Hij het evangelie. Voor Jezus was het glashelder, de verkondiging van het koninkrijk van God is gericht aan iedereen. En om die boodschap voor iedereen begrijpelijk te maken spreekt Hij ook bescheiden en eenvoudig. Je bent een parel in Gods hand. 

Er wordt over het evangelie wel eens gezegd dat het ‘het evangelie is van vissers en herders’. Daarmee wordt bedoeld, het evangelie is niet alleen voor knappe koppen bedoeld die er eerst heel diep over na moeten denken wat er allemaal precies gezegd wordt. Het evangelie is er ook voor ‘gewone’ mensen. Voor mensen die hard moeten werken om brood op de plank te krijgen. Voor bakkers die vroeg in de morgen aan het werk gaan, voor vissers die de zee op gaan, voor vrachtwagenchauffeurs die de hele week op de weg zitten, voor boeren, voor ambtenaren, voor… iedereen! Het evangelie is er voor iedereen. Net zo goed voor mensen die er niet op gestudeerd of ‘voor geleerd’ hebben. Daarom geloven we ook sámen en lezen we zondags uit de Bijbel en denken we er sámen over na. Dat is niet iets wat een dominee alléén doet. Die eer, want dat is het, komt ieder mens toe. Binnen. Maar ook buiten de kerk. 

Over bovenstaande tekst uit Mattheus is heel veel te zeggen, en de betekenissen die eraan worden gegeven zijn er velen. Maar misschien begint het wel gewoon met het eerste eenvoudige geloof dat u, dat jij geliefd bent. Dat je een parel bent in Gods hand.  En niet zomaar een, maar een parel waar Hij álles voor over heeft. Begint het wellicht niet zo ongecompliceerd? Dat God zóveel van ons houdt, dat Hij zijn Jezus aan ons geeft? Alles wat Hij heeft? Dat God van u, van jou houdt? Wanneer dat besef in ons groeit, dan begin je zomaar op die koopman zelf te lijken, want dan is die schat, dat besef dat God van je houdt, het meest kostbare dat je kunt en wilt bezitten. Misschien begint geloof wel gewoon heel eenvoudig. Een volgende keer als ik met mijn vriend over de kerk spreek zal ik denk ik zeggen: “Wat je ermee doet staat je vrij maar wat ik in de eerste plaats geloof, is dat God van jou houdt.”

Ds. Bram Verduijn