Overdenking oktober 2017

Nu u door ​Christus​ zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden,  maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in ​liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.”         

Filipenzen 2: 1-4

Er is een bekend gezegde: ‘Zoveel mensen, zoveel meningen.’ Dit gezegde is niet alleen bekend, maar ook heel oud. Het bestaat al meer dan tweeduizend jaar. Het komt van de Romeinse politicus en redenaar Cicero. Paulus, die bekend stond als een begaafd redenaar, zal het gezegde zeker gekend hebben. En hij zal het gezegde, gezien de inhoud van zijn brieven, zeker ook verzuchtend beaamd hebben. Want als er iemand is die wil dat in de veelheid van stemmen in de christelijke gemeenschap de eenheid bewaart blijft dan is het wel Paulus. De vele stemmen hoeven niet te verstommen, integendeel. Maar zij moeten wel allemaal de blik richten op één Heer. Daarvan getuigt Paulus voortdurend: Jezus Christus is het hart van de gemeenschap.

Gemeenschap roept bij mensen heel veel associaties op. Een gemeenschap kan een veilige omgeving betekenen waarin lief en leed met elkaar gedeeld wordt. In de kerkelijke gemeenschap (de gemeente) mogen we lief en leed ook met God de Heer delen, in gebed voor Hem neerleggen. Idealiter is een gemeente synoniem voor geborgenheid, voor liefde, zorg en respect voor elkaar. In de gemeente gaat het er dan niet om dat we allemaal precies hetzelfde denken, of doen – we zijn allen uniek geschapen – maar dat we in de eerste plaats niet eigen belang voorop stellen.

Dan kunnen mensen onderling behoorlijk van elkaar verschillen, maar ze worden geborgen in eendracht en draagkracht, in navolging van Christus, die ons allen draagt. Dat is wat ons samen bindt, samen brengt. Híj is het hart van de gemeente. Op Hem moeten we onze blik gericht houden.

Gemeenschap kan ook negatieve associaties oproepen zoals verplichting en geslotenheid, en soms ook hoogmoedigheid. Daar moeten we te allen tijde voor oppassen. Gesloten gemeenschappen die de menselijke geest slaaf willen maken van een gesloten en of totalitair denken leveren in de regel geen gezonde gemeenschappen -of samenlevingen- op. Denk maar aan dictaturen. Hier klinken geen eigen stemmen meer, hier wordt met dwang en onderdrukking eenheid opgelegd en afgedwongen. Mensen worden naamloos gemaakt.

In de kerk mag dat gelukkig anders gaan. In de kerk vormt God het kloppende hart van de gemeenschap. Hij brengt ons door de Geest allen bijeen rondom het Woord, rondom Jezus Christus. En dat Woord is altijd een aanklacht tegen onderdrukking en dwang. Jezus dwingt niet, maar roept jou, u en mij. Hij nam ons juk op zich, opdat wij weer vrij mogen zijn. En Hij roept ons  in vrijheid op juist dienaar van elkaar te willen zijn. Het is aan ons om daarop te antwoorden. En in ons prachtige geloof mogen dan juist de stemmen van álle mensen mee gaan klinken. Ook van hen die nu geen stem mogen hebben.

Laten we hopen dat die éne stem van onze énige Heer ook dit nieuwe seizoen weer in al onze activiteiten, in ons leren en geloven door mag klinken. Opdat wij Hem dienen en elkaar vasthouden, elkaar voor ogen houden.  Opdat wij zo één van geest mogen worden, in Christus verbonden.

Ds. Bram Verduijn

Leer ons, Heer, vrijmoedig spreken
over Uw verlossend werk;
geef dat niet die woorden breken
op de daden van Uw kerk
maar dat wij geheiligd leven
op de plaats door U gegeven,
en U volgen onder ’t kruis
op de smalle weg naar huis.               (Liedbundel 23: 3)