Overdenking oktober 2018

“Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde.” 

Openbaring 22: 13

De alfa is de eerste letter uit het Griekse alfabet, de omega de laatste. Het begin en het einde. In het Bijbelboek Openbaring zijn meerdere plaatsen te vinden waar gesproken wordt over Alfa en Omega. Zowel voor God, als voor Jezus worden deze naamwoorden gebruikt. Het dertiende vers uit Openbaring geeft iets weer van wat dat alfa en omega zijn betekent. God – en met Hem Jezus – is de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde. Je zou mogen zeggen: God omvat alles. Ons hele bestaan ligt geborgen in Zijn handen.

Toch lijkt dat laatste steeds minder ons besef te zijn. Althans dat concludeert de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Mensen lijken eerder geneigd om God te ‘gebruiken’ wanneer ze hem nodig hebben. Dat kan op het gebied van kennis zo zijn, maar ook vooral op het gebied van onze eigen zwakten. Hij schrijft: “….. steeds weer wordt er geopereerd aan de grenzen van het menselijke. God wordt zo een God die moet op komen draven als schijnbare oplossing voor onoplosbare problemen of als kracht wanneer de mens tekort schiet.”

Bedoelt hij daarmee dat we niet in onze zwakte tot God kunnen komen? Dat denk ik niet. Alleen is het niet de bedoeling dat we op dat moment antwoorden verwachten of zelfs oplossingen eisen. In onze zwakte kunnen we God ontmoeten in de zwakte van de lijdende en meelijdende Christus. Die sterft niet om “ons antwoorden te geven” zo betoogt Bonhoeffer. Die sterft omwille van ons, die is omwille van ons mens onder de mensen geworden. En dat is een wezenlijk verschil. Misschien wel juist daarom moet “Hij erkent worden, midden in het leven en niet pas aan de grenzen van onze mogelijkheden.”

Met andere woorden: als we in zwakte tot hem komen, dan óók zeker in onze kracht. Als we ons tot Hem wenden met onze vragen, dan ook met onze zekerheden. God is er gedurende ons hele leven, en niet alleen dan, als we Hem nodig hebben. Hij is niet voor niets de Alfa en de Omega. Dat betekent concreet Hem dus ook betrekken in ons leven op de momenten dat het goed gaat, blijdschap ook delen met Hem om de goede dingen, om de zegeningen die Hij ons geeft. In plaats van God, zoals Bonhoeffer dat zegt ‘tevoorschijn halen’ als we Hem nodig hebben of als we iets niet begrijpen. Als we God willen ontmoeten, dan dus niet alleen aan de grenzen van ons weten of kunnen of aan de grenzen van ons leven, maar dan in alles wat we kennen, liefhebben en meemaken en ook te lijden hebben.

“Ik ben de alfa en de omega.” Dat deze woorden ook voor Jezus zelf gelden leert ons bovendien dat God niet alleen ons bestaan omvat, maar dat Hij in Jezus Christus ook in dat bestaan deelt. (zie Op 22: 12-16). God laat zich dus niet alleen in Zijn kracht of almacht vinden maar ook heel dichtbij, in Jezus Christus, daarin is gegeven dat we Hem mogen ontmoeten niet alleen als we in onze kracht staan, maar ook als we zwak zijn, als we lijden, ook dan ben je geborgen. Dat is niet iets wat wij weten of kunnen beredeneren met onze zintuigen en kennis, maar dat is zoals God zich heeft geopenbaard in Jezus Christus. Wie God wil ontmoeten begint volgens Bonhoeffer daar waar Hij zich in zwakte overgeeft voor de mens. Aan het kruis.  Dan zegt hij: “Hij is in de dood ons leven, in zonde onze vergeving, in nood onze helper en in oorlog onze vrede.”

Ds. Bram Verduijn

 O Heer die onze Vader zijt,  
vergeef ons onze schuld.
Wijs ons de weg der zaligheid
en laat ons hart, door U geleid,
met liefde zijn vervuld,
met liefde zijn vervuld.                      (NLB 836: 1)