Overdenking september 2016

Prediker 8: 15-17

De vreugde is zijn metgezel wanneer hij zwoegt op elke levensdag onder de zon die God hem heeft gegeven.

Wanneer de vakantie voorbij is kunnen mensen opzien tegen het werk wat weer wacht. Ook kinderen die weer naar school moeten hebben niet zelden ‘geen zin’. Dat gold in ieder geval zeker voor mij toen ik een jonge tiener was. De vrijheid van vakantie wordt weer ingeruild voor de dagelijkse plichten van school of werk. En je kunt dan soms ook denken: al dat werk, al dat ‘zwoegen onder de zon’, welk nut heeft het eigenlijk?

Als er één Bijbelboek is dat precies hierover na wil denken dan is het wel Prediker: in het Hebreeuws Qoheleth. We zouden dat ook kunnen vertalen met filosoof. Prediker preekt niet, maar filosofeert, denkt met ons als lezers na. Over wijsheid, over dwaasheid, over de wereld en over God. Het menselijke ervaren van de ogenschijnlijke zinloosheid van het leven krijgt in Prediker alle aandacht. Dit menselijke gevoel, dat van alle tijden is, wordt in Prediker onderkent.

Toch is het volgens Prediker beter te zoeken naar wijsheid dan te leven als een dwaas. Daarmee bedoelt Prediker in de eerste plaats dat het beter is bescheiden te blijven; te aanvaarden dat we over vele dingen in ons leven geen zeggenschap of kennis hebben. Wijsheid betekent bij Prediker aanvaarden dat je als mens in zekere zin beperkt bent, in je doen en laten, in het moeten werken en in je begrip van de wereld waarin wij allemaal leven. Want zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen, zowel wijzen als dwazen wacht allemaal precies dezelfde eindigheid. Alles komt op, alles keert terug.

Je zou kunnen zeggen dat Prediker in deze zin dus aanspoort tot berusting. Want over een ding is Prediker wel duidelijk: hoewel wij mensen misschien eindig zijn, en de tijd niet in handen hebben, geldt dat voor God niet. In al ons zwoegen, in onze somberheid soms,  mogen we een ding voor ogen houden: God blijft dezelfde. In ons komen en in ons gaan, in ons besef en in onze onwetendheid, God blijft wie Hij is. Diegene die jou geschapen heeft. Die jou je levensadem gegeven heeft.

Ons leven komt van Hem en keert ook tot Hem terug. Dat mag op een tegengestelde wijze ook een grote rust zijn voor ons, een bescheiden wijsheid. Want het gaat bij Prediker om een zoeken naar wijsheid, zonder daarmee precies te willen weten hoe het zit, want precies dat laatste is dwaas. Prediker gelooft boven alles, dat God ook boven zijn eigen ervaring en ver boven zijn eigen weten uitgaat. Terwijl precies die ene God tegelijk de zin van de hele wereld mag zijn. We mogen zoeken naar God, naar het goede in het leven, zonder almaar te verwachten het aldoor te vinden. Oefeningen in geduld. We mogen het goede doen, recht aan onze naasten, zonder recht terug te verwachten. Want precies in de verwachting ligt niet zelden de teleurstelling op de loer.  Doe goed, omdat dat goed is in zichzelf, en niet omdat je daarmee het goede ook direct terug verwacht.

Op deze wijze hoeven we onze dagen niet te tellen; te ervaren als een sleur, maar mogen we ons leven met vreugde leven en ons werk met vreugde doen. We mogen vertrouwen houden, op God en op elkaar, al lijkt dat soms – kijken we maar eens om ons heen in de wereld van vandaag de dag – tegen beter weten in. Want een ding blijft, en dat is God die ons geschapen heeft en om jou en mij geeft. Die zichzelf voor ons gegeven heeft, in zijn Zoon Jezus Christus. Die voor ons het perspectief opent naar hemelse gerechtigheid en ons de goddelijke liefde het meest wezenlijk heeft geopenbaard. Dat geldt altijd, als we onze rust hebben genomen, maar ook als we weer aan het werk zijn gegaan. Op naar een prachtig en nieuw seizoen!

Jezus leeft en ik met Hem
dood, waar is u schrik gebleven?
Hem behoor ik en zijn stem
roept ook mij straks tot het leven
opdat ik zijn licht aanschouw
dit is al waar ik op bouw
Jezus leeft en ik met Hem
Jezus leeft en ik met Hem.                (NLB 641)

Ds. Bram Verduijn.