Overdenking februari 2020

MEDITATIE

“Houd de onderlinge liefde in stand en houd de 
gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen
zonder het te weten engelen ontvangen.”

Hebreeën 13:1-2

Afgelopen zomer moest ik voor een bezoek in Utrecht zijn. Ik besloot daarvoor niet met de auto of trein te gaan, maar weer eens ouderwets te liften. Een bordje met plaatsnaam in de lucht en duim omhoog. Ik heb wel een beetje gesmokkeld, ik ben begonnen bij Ter Apel. Liften is niet zozeer leuk omdat het je van a naar b brengt, maar liften is leuk omdat je dan mensen ontmoet die je anders niet ontmoet. Natuurlijk moet je oppassen met liften, maar dit maakt het liften wel heel mooi. Want de wereld van mensen ligt niet alleen in verre oorden, die ligt gewoon voor je op straat, is dichtbij en als je je daarvoor openstelt, dan word je daardoor verrijkt. Zo weet ik nu van een benzinepomphouder uit Emmen dat hijzelf geen invloed heeft op de prijs van de benzine bij zijn pomp en dat hij het vooral moet verdienen van de verkoop van tabak in plaats dus van brandstof. Het verbaast me niet, maar ik wist het eerder niet. Daarnaast heb ik ook een kwartier bij een schilder in de auto gezeten, waarmee ik een gesprekje had over het gebruik van chroom 6 en de schadelijke gevolgen daarvan.

Liften is in zekere zin een dienst van gastvrijheid verlenen aan de ander. Je neemt iemand mee die jou daarvoor niets terug geeft. Dat is wat gastvrijheid ook is. Iemand ontvangen, zonder daarvoor meteen iets terug te willen ontvangen. Liften lijkt daarop. De Hebreeënbrief zegt: “houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.” Nou ben ik natuurlijk zeker geen engel, maar ik, en wij allemaal, kunnen wel boodschapper van God zijn. Dat is trouwens ook wat Engel betekent; boodschapper. Boodschapper zijn in Bijbelse zin betekent een ander iets overbrengen namens God. Dat gaat soms heel heftig, maar hoeft helemaal niet altijd massief. Dat kan soms heel klein, voorzichtig en met respect.

Een derde gastvrije automobilist nam mij mee uit Emmen naar Zwolle. Hij was zojuist bij zijn zoon op bezoek geweest die hier op een zorglocatie woonde. Zijn zoon woonde daar vanwege diens autisme. Hij had ook andere kinderen vertelde hij. Twee dochters die studeerden, en nog een vierde kind, die ook een zekere beperking had. Hij vertelde dat hij en zijn vrouw hierdoor uit elkaar waren gegroeid. Door de intensieve zorg voor hun kinderen waren zij elkaar geestelijk uit het oog verloren.  Ik vroeg hem wat hij daarvan vond. Hij zei dat hij dat jammer vond, omdat hij van haar hield en haar miste. Ik vroeg hem of hij dat ook aan haar verteld had. “Nee.” zei hij. “Waarom niet?” vroeg ik. “Dat weet ik eigenlijk niet.” Was zijn antwoord. Ik zei. “Dat moet je misschien wel tegen haar zeggen.”  “Ja…” zei hij.  Ik zei “Even los van wat jij bent, maar ik ben gelovig en het mooie is dat je daarin altijd gevraagd wordt dat ook uit te dragen, naar God, en ook naar elkaar. Ik denk dat uitdragen ook uitspreken kan betekenen.” “Ja” zei hij. “Eigenlijk moet ik het gewoon zeggen tegen haar.” “Doe jij dat wel?” Vroeg hij aan mij. “Je hebt twee kinderen… Uit ervaring weet ik, … vergeet dat niet te doen. Ze worden snel groot!” “Ja.” zei ik. “Je hebt gelijk. Soms sta je daar niet zo bij stil…”  De gastvrijheid van hem zorgde voor een gastvrij en open gesprek van beide kanten uit. En dat binnen een half uur. Bij het uitstappen” “He, ik ben helemaal vergeten te vragen wat jij eigenlijk doet.” “Ik ben dominee.” “Nee meen je niet…”

Gastvrij zijn is ruimte scheppen voor de ander in jouw hart. Die gastvrijheid is in de Bijbel een uiterst belangrijk begrip. Als Abraham niet gastvrij was geweest, had hij nooit de drie engelen met hun boodschap op bezoek gekregen. Als de Emmaüsgangers niet gastvrij waren geweest, dan hadden zij nooit door gehad dat ze de opgestane Christus zelf ontmoetten. Als Jozef niet gastvrij was geweest, dan waren zijn broers nooit gered van de hongersnood. En het belangrijkste: als Jezus niet gastvrij was geweest, dan hadden de kinderen niet tot Hem kunnen komen. En geeft Hij niet zijn leven, en keert Hij niet weer naar de Vader, om voor ons een plaats te maken en dus gastvrij te zijn? Als God zelf niet gastvrij is, Zijn hart opent voor u, voor jou, dan is er voor ons nergens plaats. Laten ook wij gastvrij zijn. Open je hart voor een ander, open je hart voor God, die gastvrij is voor jou. Laten we Zijn liefde en Zijn gastvrijheid als voorbeeld nemen.

Ds. Bram Verduijn