Overdenking maart 2020

MEDITATIE 

11 Op zijn tocht kwam Jacob bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. 12 Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. 13 Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal Ik aan jou en je nakomelingen geven. 14 Je zult zo veel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. 15 Ikzelf sta je terzijde, Ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; Ik zal je niet alleen laten tot Ik gedaan heb wat Ik je heb beloofd.’ 16 Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte Ik niet.’ 17 Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’ 18 De volgende morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem door er olie over uit te gieten. 19 Hij gaf die plaats de naam Bethel. 

Ik heb dit stuk uit de Bijbel als kind al intrigerend gevonden. Je kunt er bijna een beetje jaloers van worden, die ladder van Jacob, die zou ik ook met eigen ogen willen zien. Maar wat dan met die steen. Hoe kun je nou lekker liggen op een steen? Je moet wel heel erg uitgeput zijn om in slaap te kunnen vallen met een steen als kussen. Pak anders wat bladeren of ga tegen een boom slapen, dacht ik.  Dit heeft me van jongs af aan gefascineerd. Nu begrijp ik die steen van Jacob ook anders. Niet alleen als iets uit Jacobs geschiedenis, maar ook als iets uit ons eigen leven nu. Want ook wij kennen de hardheid van steen, de hardheid van het leven zelf. Soms kun je in je eigen tocht door het leven heel veel hardheid tegenkomen. Ook als dat het gevolg is van je eigen foute handelen.  Jacob wordt, nadat hij de zegen oneigenlijk gestolen heeft, op weg gestuurd. Hij moet afstand nemen van zijn oude leven. Op zoek naar een nieuw bestaan. Op zoek naar een metgezel die hem daarin bij staat.

Maar zoals we weten, die weg van Jacob, zeker de weg die hier nog voor hem ligt, is niet zelden bikkelhard, zo hard als steen zou je kunnen zeggen. En heeft hij dat door zijn bedrog niet ook een beetje over zichzelf afgeroepen? In de mensenwereld werkt dat zo. We veroordelen snel en mensen mogen niet zomaar met een schone lei beginnen. Je moet er eerst hard voor werken om weer vertrouwen te krijgen. Voor God werkt dat anders. Dat bewijst Hij aan Jacob. God vergeeft en gaat verder. Zo komt God nu de onzekere toekomst van Jacob binnen. Jacob staat ondanks zijn gestolen zegen niet alleen. En juist daar, als zijn hoofd slechts een steen heeft om op te rusten zegt de Here God: “Ikzelf sta je terzijde, Ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; Ik zal je niet alleen laten tot Ik gedaan heb wat Ik je heb beloofd.”

Als die belofte met je mee mag gaan ben je zeker een gezegend mens. Omdat je – de soms ook zo harde wereld – níet alléén door hoeft. En dat is alles waard. Want de wereld zonder God, de wereld zonder de ladder met engelen, de wereld zonder Gods belofte; die wereld is pas echt hard, leeg en zonder perspectief. Nu zijn wij natuurlijk geen Jacob, maar ik denk dat God dat ook tegen ons zegt. Als jij mij wilt volgen zal Ik je ook terzijde staan. Daar kun je vast van uitgaan. God schetst daarin een vergezicht voor Jacob. Nu ligt jouw hoofd misschien te rusten op een steen, maar straks zul jij dit land bezitten, en je nakomelingen. Zo doet God zijn belofte aan Jacob. Zelfs al lijkt het soms niet zo, op de hardste momenten in je leven is God bij je. Soms heb je dat helemaal niet eens in de gaten. Maar Hij is bij je. En achteraf zul je zeggen:  “Dit is zeker, op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.”  En eerbied zal je vervullen. Omdat in de harde wereld waarin wij leven God ook een ladder naar u, naar jou toesteekt. Niet zodat u daarop hoeft of kunt klimmen, maar zodat Hij afdaalt naar jouw leefwereld.

In de komende periode zullen we stil staan bij het afdalen en lijden van Jezus Christus. Zonder dat Hij dat verdiende werd Hij bovenmatig geconfronteerd met de hardheid van het leven, maar bovenal de hardheid, zonden en eigengereidheid van mensen zelf. Zodanig zelfs dat een steen het graf, de ‘laatste’ rustplaats van Jezus bezegelde. Maar net als bij Jacob, gelukkig maar, is niets wat het lijkt, en wordt zelfs de hardste steen in deze harde wereld, Bethel, of anders: Beth El. Wat betekent, huis van God.

Ds. Bram Verduijn