Overdenking september 2019

MEDITATIE

Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’  Maar Jakob zei: 
Genesis 32: 27

Wie de afgelopen jaren wel eens naar “Nederland zingt’” heeft gekeken kan niet heen om de muziekgroep ‘Sela’. Deze band heeft de afgelopen jaren veel muziek gemaakt die op een prachtige manier het midden kon vinden tussen het oude vertrouwde en het nieuwe. Een aantal van de van hen bekende liederen hebben inmiddels ook de weg gevonden naar onze kerk. Het prachtige lied ‘Ik zal er zijn’ bijvoorbeeld is een lied dat Sela geschreven en gecomponeerd heeft.

Ons nieuwe kwartaallied, ‘Zegen mij’, komt ook van de hand van Sela. Het is een bijzonder lied, zeker ook als je weet dat de voorzanger van Sela, Kinga Ban, inmiddels op jonge leeftijd overleden is. Ze had borstkanker. Ze laat een man en drie kinderen achter. En toch kon zij tot het einde toe houvast, rust en zegen vinden in haar geloof. Een inspirerend voorbeeld, niet alleen als zanger, maar vooral ook als gelovige vrouw. Als je een lied als ‘Zegen mij’ zingt, dan voel je daarin die geloofskracht van haar. Zo kun je zeggen: Ondanks dat het zo tegenzit: Zegen mij, laat me niet alleen gaan. Door de worsteling heen nog kunnen zeggen: ‘Ik laat U niet gaan tenzij U mij zegent’. Spreek goed van mij Heer. Want dat is wat zegenen betekent: goed spreken. Hou mij indachtig Heer, wees goed met mij. Ook in mijn eigen strijd, in mijn opgeven, in mijn leven en aanvechting, en ook in mijn sterven, wees met mij, wees goed voor mij.

Jacob kent die vraag naar zegen op een hele andere manier. Ook hij kent grote aanvechting en angst in zijn leven. Alleen wordt die niet getekend door ziekte, maar door eigen schuld, list en bedrog. Jacob steelt de zegen van zijn broer Ezau. Een zegen stelen nota bene… Hij gaat er stiekem vandoor bij zijn schoonvader Laban. Dat kan niet goed blijven gaan, zo een leven. Jacob heeft een angstig leven eigenlijk, omdat hij constant op de vlucht moet, niet alleen voor Ezau, maar net zo goed ook voor zichzelf. Zijn oneerlijkheid zorgt ervoor dat hij constant op de vlucht moet. Niet bepaald een leven om te benijden. Integendeel. Jacob weet dat. En nu komt zijn broer gram halen voor wat Jacob hem heeft aangedaan.

Maar mensen kunnen niet eeuwig op de vlucht. Vroeg of laat komt altijd die confrontatie, met God, met je geloof, met wie je zelf bent en wat je geworden bent. En dat moment is nu voor Jacob aangebroken. Aan de oevers van de rivier de Jabbok. Heel toepasselijk betekent Jabbok worsteling. En plots is die worsteling er; onaangekondigd. Jacob kan niet verder zonder zijn eigen verleden onder ogen gezien te hebben. Hij worstelt straks niet alleen met die onbekende man, maar Jacob worstelt ook met wie hijzelf is geworden.

‘En er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak’. De worsteling duurt tot aan de nieuwe dag. Met ‘Iemand’ staat er letterlijk in de tekst. Pas later begrijpt Jacob dat die ‘Iemand’ de Heer zelf geweest moet zijn. En Jacob komt niet ongehavend uit de strijd. Zijn schuld en de worsteling daarmee tekenen hem. Zijn heup raakt ontwricht. Maar Jacob houdt nu vast. Hij wil worstelen voor vergeving, voor een zegen, voor een nieuw begin. En daarom zegt hij, op het moment dat de ochtend aanbreekt tegen de onbekende die hem niet overwinnen kon, ‘Ik laat U niet gaan tenzij U mij zegent.’ Gun mij een nieuwe kans! En de onbekende man zegent hem en geeft hem een nieuwe naam: Israël. ‘Gods strijder’ betekent dat.

Als wij Hem niet loslaten, dan zal Hij ons ook niet loslaten, als wij Hem vasthouden, dan houdt Hij ook ons vast. Als wij Hem vragen om een zegen, zeker in tijden van nood en worsteling, dan zal Hij ons nabij komen. Gedurende ons hele leven en zelfs in het aanschijn van ons einde hier op aarde zingen en vragen we God om Zijn zegen. Dan kunnen we loskomen van ons eigen leven en alles dat daar bij hoort en God vragen om goed met ons te zijn. Om ons te zegenen. Zegen mij, zegen ons Heer!

Ds. Bram Verduijn

Zegen mij op de weg die ik moet gaan.
Zegen mij op de plek waar ik zal staan.
Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt.
O God, zegen mij alle dagen lang! 

Liedbundel 89: 1