Overdenking november 2019

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.

(openbaring 21: 1-3)

In het Grieks heet Openbaring Apocalyps. Apocalyps betekent: het bedeksel, de sluier, eraf nemen. Het Bijbelboek, met andere woorden, wil ons onthullen Gods wil, Zijn visioen voor deze aarde. En dat visioen is er niet alleen voor een eindtijd, maar het is iets dat zich nu al onder ons voltrekt Wij leven in apocalyptische tijden, niet per se omdat morgen de laatste dag aanbreekt, maar omdat elke dag in het teken staat van Gods visioen. Dit gebeurt omdat God geen vrede met het bestaande kan hebben: geen vrede met onrecht, pijn en verdriet.

En daarom, God zál onder mensen wonen en bij hen zijn. Je zou kunnen zeggen: dit beeld hangt als een belofte boven ons bestaan. Een belofte waar wij mensen veel steun aan mogen en kunnen hebben. Die oude aarde, met al haar wel en wee zal vernieuwd worden. Het oude wordt in dit visioen van Johannes voorgoed vernieuwd. Die vernieuwing is niet zozeer een mooie opwaardering van het bestaande, maar het betekent ook echt een vernieuwing. Geen mensenhart zal nog kwaad denken of spreken in Gods koninkrijk, want ‘zij zullen Zijn volken zijn’.

Wie gelooft mag wat verwachten. Wie gelooft mag verwachten dat er eens aan het lijden in deze wereld een einde zal komen. Wie gelooft in God, mag vertrouwen op Gods reddende hand, over de grenzen van de dood heen. Wie gelooft kan vertrouwen op dat visioen van eeuwige vrede, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wie gelooft kan zich troosten in deze belofte van God. Wie gelooft, vindt geborgenheid. Is rijk. Omdat je mag weten dat je leven in Gods hand ligt. En dat Hij onder ons is gekomen.

Dit visioen van Openbaring hangt als een belofte boven deze oude wereld. En dat is buitengewoon bemoedigend. God laat ons niet alleen, aan Hem vertrouwen we alles toe, onze vreugde en ook ons verdriet. En in het bijzonder ook de mensen van wie we houden. Wie gelooft, ervaart niet ineens minder pijn of verdriet als je een geliefde verloren bent, maar wel ervaar je dat juist je geliefde die je aan God terug moest geven vol in het licht staat van dit visioen. Je mag dus je geliefde toevertrouwen aan God onze hemelse Vader. Dat maakt het verdriet niet minder, maar wel anders.

In de komende maand sluiten we het kerkelijk jaar af. En bij dat afsluiten zoeken we ruimte in de dienst, zoeken we ruimte in ons hart, zoeken we ruimte bij God voor ons verdriet. Voor ons gemis. En die ruimte is er. God hoort je gebed, Hij kent je verdriet. En omdat wij een God hebben die hoort, die ons ziet, die jou ziet, mogen we tegelijk met Openbaring geloven dat God het er niet bij laat zitten. Juist dan doet Hij Zijn belofte. Dat is al zo in de geschiedenis met het Joodse volk, als wij Zijn naam leren kennen als een belofte; Ik zal er zijn. En nu, hangt die belofte ook boven alle volkeren: Hij zal onder ons zijn. Het beste moet nog komen. En dan spreekt dat visioen uit openbaring: “Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.” Wat een groot geluk, wat een geweldige troost, dat wij ons leven in dit licht mogen stellen.

Ds. Bram Verduijn